Besmetting met ziekenhuis bacterie MRSA

Een patiënt is opgenomen in het ziekenhuis en heeft een besmetting opgelopen met de ziekenhuis bacterie MRSA. MRSA is de afkorting van Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus. Staphylococcus aureus. Dit is een bacterie die veel mensen gewoon bij zich dragen op de huid en in de neus, zonder dat ze daar ziek van worden. De MRSA bacterie kan op de huid leven en bij huidbeschadiging infecties veroorzaken, bijvoorbeeld een ontstoken wondje. Deze infecties genezen meestal vanzelf, soms is een behandeling met antibiotica nodig. Het belangrijkste verschil tussen de gewone Staphylococcus aureus en de MRSA zit in de behandeling. Besmettingen veroorzaakt door Staphylococcus aureus kunnen met de gebruikelijke antibiotica behandeld worden. MRSA is echter ongevoelig voor een aantal veelgebruikte antibiotica. Daarom zijn er speciale antibiotica nodig om besmetting met MRSA te bestrijden. MRSA wordt daarom ook wel een ziekenhuisbacterie genoemd, omdat de bacterie vooral problemen geeft in het ziekenhuis. De kans op besmetting is in het ziekenhuis groter dan thuis, omdat in een ziekenhuis zich veel mensen met een verminderde weerstand dicht bij elkaar bevinden. MRSA kan in ziekenhuizen bijvoorbeeld wondinfecties veroorzaken, die soms ernstig kunnen verlopen. Het voorkomen van een MRSA besmetting in het ziekenhuis is dus belangrijk.
Wie kunnen besmet zijn de ziekenhuis bacterie MRSA?
In tegenstelling tot Nederlandse ziekenhuizen komt een besmetting met de MRSA bacterie in buitenlandse ziekenhuizen vaak voor. Het risico dat een patiënt besmet is met de MRSA bacterie na een opname in een buitenlands ziekenhuis is daarom groot. Vandaar dat alle patiënten die binnen zes maanden nadat zij zijn opgenomen in een buitenlands ziekenhuis beschouwd worden als MRSA verdacht, wat wil zeggen dat de kans aanwezig is dat de patiënt de bacterie bij zich patiënt draagt en een besmetting heeft opgelopen. Ook patiënten die contact met een andere MRSA patiënt hebben gehad, worden als verdacht beschouwd. Tot slot is er een groep mensen die een groot risico lopen om MRSA met zich mee te dragen. Dat zijn personen die beroepsmatig nauw contact hebben met levende varkens en / of vleeskalveren. Varkenshouders zijn bijna altijd besmet met deze bacterie.
Hoe weet patiënt dat hij deze bacterie besmetting heeft opgelopen?
Om vast te stellen of de patiënt een MRSA besmetting heeft opgelopen, moeten er kweken bij de patiënt afgenomen worden, die vervolgens opgestuurd worden naar het laboratorium. In het laboratorium wordt er gekeken of er sprake is van een besmetting. Het afnemen van kweken gebeurt door met een wattenstaafje wat weefsel te nemen van de huid of het slijmvlies in de neusholte, keelholte en perineum (de huid tussen de uitwendige geslachtsdelen en de anus, voortgezet in de bilnaad). De uitslag van de kweek is na drie tot vijf werkdagen bekend. Wordt er geen MRSA besmetting gevonden, dan is de patiënt MRSA negatief. Wordt er wel MRSA besmetting gevonden, dan is de patiënt MRSA positief.
Wat gebeurt er zodra de patiënt positief besmet is met MRSA?
Staphylococcen, waartoe ook de MRSA’s behoren, worden vooral via direct contact verspreid, meestal via de handen. Maar een staphylococ kan zich ook via huidschilfers en stofdeeltjes in de lucht verplaatsen. Daarom worden patiënten die een besmetting met ziekenhuis bacterie MRSA hebben opgelopen in een eenpersoonskamer verpleegd. Om verspreiding van de MRSA besmetting naar andere patiënten te voorkomen, worden de volgende maatregelen genomen: patiënten worden verpleegd op een aparte kamer: een isolatiekamer. De deur moeten gesloten blijven; ziekenhuismedewerkers die op de kamer komen, dragen uit voorzorg een schort, een mondmasker en neusmasker, handschoenen en een muts. Ook desinfecteren zij na ieder patiëntencontact hun handen met handalcohol; de patiënt mag de isolatiekamer niet verlaten, tenzij dit noodzakelijk is voor bijvoorbeeld onderzoek of behandeling. De veiligheid voor de andere patiënten op de afdeling is voor het ziekenhuis van groot belang; als de patiënt voor onderzoek naar een andere afdeling gaat, worden ook daar voorzorgsmaatregelen genomen om besmetting door en verspreiding van de MRSA bacterie tegen te gaan. Deze maatregelen blijven van kracht tot zeker is dat de patiënt de bacterie niet meer bij zich draagt. De patiënt kan de MRSA bacterie spontaan of eventueel via een behandeling kwijt raken. Wat de behandeling tegen MRSA inhoudt, is afhankelijk van de plaats waar bij de patiënt de bacterie gevonden is. Besmetting van andere patiënten dient voorkomen te worden.
Mag de met MRSA besmette patiënt bezoek ontvangen?
Ja, het bezoek dient zich echter op de afdeling altijd wel eerst te melden bij de verpleging. De verpleging informeert hen dan over de te nemen voorzorgsmaatregelen om verdere besmetting tegen te gaan. Verder gelden er voor het bezoek van de besmette patiënt de volgende algemene voorschriften: als het bezoek niet alleen voor de patiënt komt, maar ook nog bij een andere patiënt in het ziekenhuis langs wil gaan, moeten zij eerst die andere patiënt bezoeken en daarna pas bij de besmette patiënt langsgaan; de deur van de kamer moet tijdens het bezoekuur zoveel mogelijk gesloten blijven om besmetting tegen te gaan; na het bezoekuur moet het bezoek hun handen desinfecteren met handalcohol; na het bezoekuur moet het bezoek het ziekenhuis direct verlaten om mogelijke verdere besmettingen tegen te gaan.
Wanneer mag de patiënt met een MRSA besmetting naar huis?
Een MRSA besmetting is geen belemmering om naar huis te gaan. Zodra de behandelend arts vindt dat de patiënt naar huis mag, wordt de patiënt ondanks de MRSA besmetting ontslagen. Omdat de patiënt nog steeds een risico vormt voor andere patiënten wordt er in het computersysteem van het ziekenhuis een mededeling geplaatst, zodat de verpleegkundigen en artsen weten dat de patiënt de MRSA bacterie bij zich draagt. Thuis hoeft de patiënt geen maatregelen tegen besmetting te nemen, aangezien gezonde personen immers niet ziek worden van de MRSA bacterie.